| Soorten
|
Ridderzuring / Rumex obtusifolius / Stumpfblättriger Ampfer / Krauser Ampfer (zie foto onderaan deze pagina)
|
Kruipende boterbloem (Kruipboterbloem) / Ranunculus repens / Kriechender Hahnenfuß (zie foto onderaan deze pagina)
|
| Oorzaken
|
- Treedt op bij beschadiging van de grasmat, met name door paarden (rennen, remmen, vechten...)
- Overbemesting
|
| Eigenschappen
|
- Er worden zeer veel zaden gevormd die al 1 week na de bloei vruchtbaar zijn.
- Ridderzuringzaad kan tot 70 jaar in de grond overleven.
|
|
| Bestrijding, algemeen
|
- absoluut niet toestaan dat er nieuw zaad wordt gevormd
- grasmat gesloten houden / open plekken inzaaien
- geen overbemesting
- gedurende één groeiseizoen een ander gewas verbouwen
|
|
| Mechanische bestrijding
|
- Zeer regelmatig maaien om zaadvorming beslist te voorkomen
- Zaden niet op composthoop, begint daar opnieuw te groeien/bloeien/zaden te produceren
- Mechanische verwijdering van de nog vrij jonge planten met een speciale zuringvork (Ampfergabel). Deze heeft 2 pinnen vrij dicht bij elkaar om de wortel op een diepte van tenminste 15 cm uit te steken. De beste tijd om te steken is eind juni, bij voorkeur bij vochtige grond.
- Vervolgens moeten deze plekken worden afgeschermd tegen verdere fysieke beschadiging en opnieuw worden ingezaaid.
|
- Zeer regelmatig maaien om zaadvorming beslist te voorkomen
- Zaden niet op composthoop, begint daar opnieuw te groeien/bloeien/zaden te produceren
- Vervolgens moeten deze plekken worden afgeschermd tegen verdere fysieke beschadiging en opnieuw worden ingezaaid.
|
| In te zaaien grassoorten
|
Eerste keus:
- Lolium perenne (Engels Raaigras, Deutsches Weidelgras)
Alternatieven:
- Poa pratensis (Veldbeemdgras, Wiesenrispe)
- Alopecurus pratensis (Grote vossestaart, Wiesenfuchsschwanz)
|
| Chemische bestrijding
|
Bij voorkeur in oktober met selectief werkende herbiciden:
- Harmony 30 gram per hectare
- Starane 2,0 liter per hectare
- Hoestar 60 gram per hectare
- Banvel M 8,0 liter per hectare
|
In de late zomer in het knoppen-stadium, vóór de bloei, bij een planthoogte van 10-15 cm en een temperatuur van meer dan 12 °C:
- MCPA 2,0 liter per hectare
|
| Uitvoering van chemische bestrijding |
- Het middel moet via het blad worden aangebracht (sproeier). Een lichte bespuiting geeft de beste resultaten. Indien je met een te grove gieter werkt, rolt het middel deels van het blad en gaat verloren.
- De onkruiden moeten goed in groei zijn, mals en groen zijn. Met andere woorden, behandel de onkruiden die voldoende zijn ontwikkeld:
- na een regenperiode
- 7-10 dagen na het maaien
- Niet maaien binnen 7 dagen NA de behandeling. Na het inwerken van het gif moet het onkruid kunnen blijven groeien opdat de 'dodelijke' groei zou kunnen blijven plaatsvinden.
- Regen binnen 24 uur na de behandeling is nadelig, de regen verdunt het middel en spoelt weg.
- Temperatuur en licht hebben invloed op het resultaat: het weer moet zacht zijn (niet te warm, niet te koud). Door kou komt de groei van het onkruid tot stilstand. Hitte maakt het oppervlak van het onkruid hard.
- De beste periode is mei - juni (toch zijn sommige onkruiden gevoeliger in het najaar).
- Niet toepassen op natte bladeren.
- Niet toepassen op gazons jonger dan 6 maanden.
- Sproeien met windstil weer.
- Er bestaan staafjes om individuele planten aan te tippen.
|
| Wachttijd na chemische bestrijding |
Dit hangt van het middel af, meestal 14 dagen - 1 maand.
|