|
|
|
|
IJsgangers - een geschenk uit de hemel?
Ja, aan Darwin - of was het toch Onze Lieve Heer? - hebben wij iets te danken dat in het gehele universum absoluut en volstrekt uniek is: het intense genot om een vurig IJslands paard te berijden - zonder een permanente 6,8 op de schaal van Richter onder je derrière.
"Hoezo uniek?" hoor ik u mompelen. Welnu, ik kan het weten, en u leest hier waarom. Onlangs nog, in juli '96, deed ik Xikliptu aan, de enige bewoonde planeet van Bèta Cygni. Weliswaar bleken ze daar over - nota bene bonte - koeien, gras en derhalve zelfs kaas te beschikken, niet echter over paarden.
Luttele lichtjaren verder naar het zuidwesten en iets hoger gelegen, op Jookfroqz, werd mij tijdens mijn bezoek een paar dagen later verteld dat daar zelfs nergens gras groeide en de boeren uit arren moede schapenvlees en wortelen aan de koeien moesten voeren, met een ondermaatse melkproduktie als gevolg. Wat lager gelegen in hetzelfde melkwegstelsel, eerst op Mefoplyb en vervolgens op Kdojlüz, de twee bewoonde planeten van Epsilon Orionis, hadden ze inderdaad paarden, WPNers overigens, d.w.z. het type Nederlands politiepaard (te groot, geen of weinig voorwaartsdrang, povere drie gangen, Richter minimaal 5,8 en allen in eenheidskleur, d.w.z. een mengsel uit plaatselijk nogal overvloedig voorhanden ultraviolet, wat infrarood en een beetje het u uit voetbalrellen vertrouwde bruin). Koeien en varkens waren helaas op beide planeten onbekend, olifanten kenden ze wel. Geschikte zadelmakerijen waren er dan ook nergens te bekennen, op een töltzadel van olifantenhuid zit immers geen paardenrug of mensenbips te wachten. Een rijplezier van nul komma nul dus. Mijn verdere astronomische omzwervingen langs 266 verraderlijke en zwarte gaten, eindeloze reeksen quasars, 23 bloednerveuze pulsars en horden van zeeziekteveroorzakende spiralnevels hadden maar n resultaat: totaal in het geheel volledig niet nergens, in geen velden of wegen was er een combinatie te bekennen van n koeien voor de zadelmaker n groene weiden voor het houden van robuuste en spartaanse paardjes met meer dan drie gangen; met een sympathiek en met name 's winters woest-haarig uiterlijk; met vijf dozijn kleuren; met een ruime portie vulkanisme onder de ruiter - en dat bij een Richter van 0,0; met een eeuwigdurende looplust; met het permanente paardse vermogen om als een psychohygiënisch aktiefkoolfilter de menselijke stress van een aardse dag te absorberen; met de power ("kracht" is te zwak) om een menselijke kolos van 120 kilo in een zwevend aanstormende extase (= gang nr. 5) te vervoeren. Nee, nergens, op geen enkele exoplaneet. Maar wel hier, op het (p)aardse IJsland en van daaruit verspreid naar heinde en ver, van Texas tot Alaska, van Griekenland via Italië, Nederland en Finland en vele malen elders in de (p)aardrijkskunde. Wij moeten dan ook oneindig dankbaar zijn aan Darwin - of aan Hem - dat deze uniciteit allemaal zodanig ongelofelijk verweven en tot in de perfectie op elkaar is afgestemd en ingericht dat alle componenten bij elkaar passen: de stokmaat, het karakter, de lichaamsbouw, het vuur, de kleuren, de aanwezigheid van vierpotige leerleveranciers, gras/hooi, water en wortelen. Alleen al die lichaamsbouw! Waar zouden we historisch gezien nu staan wanneer er niet tenminste n diersoort was geweest die in een perfecte symbiose geschikt was om door de mens bereden te worden? Er is - afgezien van slome olifanten, chagrijnige kamelen en halsstarrige ezels - geen enkele andere soort die de mens als meester tolereert EN tevens op grond van de lichaamsbouw zo ideaal bij die van de mens en zijn behoefte aan snel vervoer past. U dacht aan een gnoe of een zebra? Snel zat, maar niet onderdanig. Een waterbuffel? Niet vooruit te branden. Een flinke hond? Onderdanig maar te licht bevonden. Een schichtige lama? Max. 25 kilo sjouwvermogen. Ach, vergeet u de rest van de menagerie ook maar. Resteert alleen het aardse paard, en daarvan natuurlijk het IJslandse, met zijn 4 of 5 fascinerende gangen, zijn vriendelijke karakter, zijn gemakkelijke houd- en handelbaarheid, zijn lange leven, zijn aanpassingsvermogen tussen -50 en +45 graden Celsius en zijn rug die u als een handschoen zal passen. IJsgangers forever!
Dankjewel, Charles!
Jean-Armand Ipark
Voor de nog-outsiders: Nederlands Stamboek voor IJslandse Paarden (NSIJP), Postbus 382, 3700 AJ Zeist, Nederland, tel. +31 (30) 6934660, fax +31 (30) 6931455
|
![]() |
![]() |
|