|
|
|
|
Het wonderbaarlijke edoch waar gebeurde verhaal van de 'Ritschenring' opgetekend door L. Gamin*) De kleine stad ligt aan de voet van de naar het zuiden gerichte berghellingen. De eerste huizen staan beneden in het dal en vormen het eerste echelon van het 'decor'. De tweede huizenrij overtreft de eerste in hoogte aanzienlijk. De wijken daarachter zijn gebouwd op een minder stijle helling, met als achtergrond de indrukwekkende en met sneeuw bedekte bergtoppen. ![]() Het stadje beschikte toen - in de natte zomer van 1948 - nog niet over alle verworvenheden van de moderne beschaving. De riolering bijvoorbeeld bestond in die tijd nog uit 'Ritschen': deels onderaards, deel in de open lucht aangelegde brede goten. Eén van deze goten liep onderlangs twee van voornoemde, al een heel stuk boven het dal gelegen huizen en voerden de door de hevige regens tot enorme proporties gegroeide watermassa's naar de diepte waar ze vervolgens weer onder de laagste huizenrij uit het zicht verdwenen. Voor Leonore had het uitzicht vanuit haar schuin boven de waterval gelegen raam inderdaad iets romantisch.
Gezicht op de stad Hall in Tyrol. Na de natuur getekend en gegraveerd door J. Schaffer 1787 In het huis precies tussen de twee grote kerken heeft zich dit verhaal afgespeeld. Op een zekere dag, toen ze net aan het opruimen van haar kamer was en een tafelkleedje buiten het raam uitschudde, hoorde ze een helder geluid van metaal op metaal. Onmiddellijk gegrepen door angstige gevoelens zag zij hoe haar gouden ring met diamant afketste op het dak van de verdieping onder haar en tenslotte in de waterval verdween. Ze wilde geen geloof hechten aan hetgeen haar zintuigen hadden verteld maar de ring die zij onachtzaam op het tafelkleedje had gelegd, was zij kwijt. Misschien - zo dacht zij - is de ring toch niet in het water terecht gekomen? Zij liep naar beneden en zocht in de smalle stroken links en rechts van het open riool - helaas tevergeefs; de ring was zij kwijt. Na verloop van enige tijd berichtte zij terloops in een gesprek met Pius, de in het hele stadje bekende schoolconcierge, over haar verlies. Leonore wist waarschijnlijk zelf niet precies waarom zij dat deed. Maar Pius was een van die daadkrachtige mensen die alles lukt wat ze aanpakken. Hij gaf haar het advies om met Sepp, de opzichter van de gemeentewerken, over deze aangelegenheid te spreken. Sepp was een aktieve en kundige man, goed op de hoogte van de meest uiteenlopende gebeurtenissen die om een snelle reactie vroegen - en had daarbij doorgans succes. Hij zegde toe om eerst eens zelf polshoogte te gaan nemen. Dit alleen al was voldoende voor Leonore om het door Pius ontstoken vlammetje van de hoop tot een sterk vuur aan te wakkeren, tegen elke logica in zoals Leonore wel degelijk besefte. Maar de hoop dat toch nog het wonder zou geschieden, wilde nu eenmaal niet wijken. Daar stonden de twee nu op de plek des onheils war men door het geraas van de doordenderende waterval welhaaast de eigen stem niet kon horen. De gemeenteopzichter zei dat de 'beekweek' aanstonds was gedurende welke het verzamelriool beneden in het dal een reinigingsbeurt zou ondergaan. Volgens hem kon de ring eigenlijk niet weggespoeld zijn omdat daar takken en allerlei ander spul lagen waaraan de ring zich vast had kunnnen zetten. Hij zou over deze zaak met Karl en Leo gaan praten, twee gemeentewerkers die het riool zouden gaan opruimen. Maar de kans op succes zou verwaarloosbaar klein zijn. Bovendien zou al veel tijd zijn verstreken. Leonore zette intussen haar werk op de gemeentesecretarie voort maar kon het verlies niet uit haar gedachten verdrijven. En zo waarlijk: op een zekere dag kwamen twee van vreugde stralende gemeentewerkers - met de handen onder vuil en modder - bij haar en brachten haar de volledig intact gebleven ring! De mannen hadden schep na schep van het modderige rioolslib met hun handen doorzocht, hoe uitzichtloos de onderneming ook leek. Het ongelofelijke was geschied: ze vonden het kleinood! Eén van de werkers zei nog dat hun eigen vreugde over de vondst wellicht nog groter was dan die van Leonore. Zij daarentegen was vol van vreugde over de buitengewone behulpzaamheid van deze eerlijke mensen die dit moeizame, vieze en naar menselijke maat kansloze karwei vrijwillig hadden ondernomen, en verheugde zich daarover nog meer dan over het teruggevonden sieraad. Vanzelfsprekend ontvingen de beiden een vinderloon maar Leonore wist heel zeker dat er dingen zijn die zich niet in geld laten uitdrukken. En zodoende wil dit waar gedeurde verhaal tevens een dankzegging zijn aan degenen wier onbaatzuchtige samenwerking het gelukkige einde van dit verhaal mogelijk had gemaakt.
*) L(eonore) Gamin: pseudoniem voor Lotte Bouthillier (1907-1995) |
![]() |
![]() |
|